Friday, February 10, 2012

Monument à Desaix, Place des Victoires, Paris

Monument voor Desaix, Place des Victoires, Parijs (1802-1810)


Beeld in brons van Claude Dejoux (1732-1816), obelisk afkomstig uit de Villa Albani, sokkel van Jean-Baptiste Le Père (1761-1844) (Afb. 1)
Afbeelding 1
Voor de Franse revolutie stond op de Place des Victoires een bronzen standbeeld van Lodewijk XIV(Afb. 2). Uitgevoerd in 1686 door Martin Desjardins (Martinus van den Bogaert, 1637-1694).[1] Dit monument werd in 1792 door het muitende volk vernietigd.
Afbeelding 2
De Conventie verving het in 1793 door een bepleisterde houten piramide met op een zijde een lijst van de overwinningen van het jonge Franse republikeinse leger en op een andere zijde de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger.[2]
Afbeelding 3 Graffiti Desaix te Philae

Louis Charles Antoine Desaix (1768- 1800, slag bij Marengo) was een Frans generaal tijdens de Franse revolutionaire oorlogen. Napoleon plaatste Desaix over naar het Franse expeditieleger dat naar Egypte ging. Het was zijn divisie die de Mammelukken onder leiding van Mourad Bey op 13 juli 1798 versloeg bij Chebreiss. Door de overwinning van Napoleons leger tijdens de Slag bij de Piramiden (21 juli 1798), waar Desaix zich onderscheidde, werd de reputatie van de jonge generaal nog verder uitgebouwd.
Desaix achtervolgde Mourad Bey die was gevlucht naar Opper-Egypte. Tijdens deze achtervolging ontdekten de Fransen o.a. de tempels van Dendera, Luxor, Edfu en Philae. (Afb. 3)

Terug in Europa raakte Desaix dodelijk gewond bij de Slag van Marengo (14 juni 1800).
Door Desaix’s participatie aan de Egyptische expeditie, hebben vele van de aan hem gewijde monumenten een Egyptische connotatie.[3]
Al enkele maanden na de dood van Desaix werd door Napoleon op de Place des Victoires te Parijs de eerste steen gelegd van wat een Egyptische tempel had moeten worden ter meerdere eer en glorie van Desaix en generaal Kléber.(Afb. 4)
Afbeelding 4

Het ontwerp was echter veel te groot voor het plein en werd nooit uitgevoerd. Niet veel later, de 21ste vendémiaire jaar XI (13 oktober 1802), besliste de Eerste Consul om op dezelfde plaats toch een monument te bouwen doch nu enkel voor de generaal-martelaar Desaix.[4] Het bronzen standbeeld werd, op vraag van Vivant Denon, uitgevoerd door Claude Dejoux (1732-1816). Het meer dan vijf meter hoge beeld van een naakte Desaix, de linkerarm gestrekt voor een kleine roodgranieten obelisk, zou bij zijn onthulling op 15 augustus 1810 (feest van de heilige Napoleon) door Bonaparte groot ophef maken.[5] Aan Desaix’s voet lag een hoofd met nemes hoofddoek. De obelisk kwam uit de Villa Albani. (afb. 5)
Afbeelding 5


De zes meter hoge sokkel is op zich al een mooi voorbeeld van een egyptiserend ontwerp met acht Hathorhoofden, flabella, een uraeusfries en een keellijst met gevleugelde zonneschijf. Het geheel werd afgeschermd door een metalen hek met op de punten koperen lotussen.

In oktober van hetzelde jaar werd de houten palissade terug rond het beeld geplaatst om de naaktheid van Desaix te verbergen. Het was Denon zelf die in 1812 het voorstel deed om het beeld en de kleine obelisk te vervangen door de obelisk van de Piazza del Popolo uit Rome. Dit plan zou nooit verwezenlijkt worden. Uiteindelijk werd het beeld van Desaix in 1814 weggenomen en zou het tijdens de Restauratie omgesmolten worden tot het ruiterstandbeeld van Henri IV aan de Pont Neuf. (Afb. 6)
Afbeelding 6


De reputatie van Dejoux werd gedeeltelijk gered door te verkondigen dat er een probleem was geweest bij het gieten.[6]







De obelisk werd door kroonprins Lodewijk van Beieren in 1815 aangekocht voor de Münchense glyptotheek. Het monument stond tot 2007 voor de ingang van het Staatliches Museum Ägyptischer Kunst.(Afb. 7)

Afbeelding 7


Na restauratie komt het in het vernieuwde museum.





François Joseph Bosio (1768-1845) ontwierp het huidige ruiterstandbeeld van Lodewijk XIV. Het werd in 1822 onthuld.(Afb. 8)
Afbeelding 8














[1] Dubois, Isabelle, Alexandre Gady en Hendrik Ziegler ed., Place des Victoires: histoire, architecture, société (Parijs 2004) 12.
[2] Joanne, Adolphe Laurent, Paris illustré: nouveau guide de l'étranger et du Parisien (Parijs 1867) 150.
[3] Humbert, Jean-Marcel, L’égyptomanie dans l’art occidental (Parijs 1989) 56.
[4] Dubois, Isabelle, Alexandre Gady en Hendrik Ziegler ed., Place des Victoires: histoire, architecture, société (Parijs 2004) 116.
[5] Johns, Christopher, Antonio Canova and the Politics of Patronage in Revolutionary and Napoleonic Europe (z.p. 1998) 95.
[6] Michaud, Joseph, Biographie universelle ancienne et moderne (Parijs, 1852) 288.


Christiaan Janssens
Executive Coach

CRO @ Spa Akwa Belgium

Tuesday, January 31, 2012

Fontaine du Fellah

Fontaine du Fellah






En 1806, François-Jean Bralle (1750-1832), se inspiró en el Antinoo egipciante del Vaticano (que, desde 1798 hasta 1815 se encontraba en el Museo del Louvre en París debido al pillaje perpetrado por el régimen napoleónico), para diseñar esta fuente, ejecutada en 1809 por Pierre-Nicolas Beauvallet (1750-1818). La estatua se deterioró rápidamente y fue sustituída en 1844 por esta copia, visible actualmente, debida a Jean-François-Théodore Gechter (1795-1844).



Amaury Pineu Duval, Les Fontaines de Paris, anciennes et nouvelles (Paris 1828) 17-19.
Bernard Champigneulle, Paris, de Napoléon à nos jours (Paris 1969) 38.
Dominique Massounie, Béatrice de Andia, Daniel Rabreau ed., Paris et ses fontaines: de la Renaissance à nos jours (Paris 1995) 111.
Jean-Marcel Humbert, L’Égyptomanie dans l'Art Occidental  (Paris 1989) 50.
James Stevens Curl, Curl, The Egyptian Revival: Ancient Egypt as the inspiration for design motifs in the West (Abingdon 2005) 226-227

Fontaine du Fellah

Fontaine du Fellah


The Fontaine du Fellah (or Fontaine du Porteur d’Eau, Fontaine Egyptienne, Fontaine des Incurables) was designed by Francois-Jean Bralle (1750–1832) the chief engineer of the water supply for the city of Paris, who also was responsible for several other Parisian fountains. 
Drawing from: Amaury Pineu Duval, Les Fontaines de Paris, anciennes et nouvelles (Paris 1828) page 19.

The sculptural decoration was created by Pierre-Nicolas Beauvallet (1750-1818) between 1806 and 1809. Because of the deterioration of the original work, the statue of Antinous was replaced by a copy made by Jean-François-Théodore Gechter (1795-1844) in 1844.


The Fontaine was one of the fifteen constructed by decretal order (May 2nd 1806) by Napoleon to provide Paris of fresh drinking water. It was also to commemorate Napoleon’s military campaign in Egypt. The fountain was constructed against the wall of what was then the hospital for incurable patients (Hospice des Incurables, now Hôpital Laënec).
The fountain is to be found in the Rue de Sèvres, number 42. It was in working order until 2005, when it was shut down because of leakage into the nearby Vaneau Metro Station.

The title refers to an Egyptian fellah, or peasant. The statue is a copy of a Roman work of Antinous which was discovered in the excavation of Hadrian's villa in Tivoli in 1739. The statue was removed by the French Army from the Capitoline Museum in Rome in 1798 and brought to the Louvre. It was returned in 1815 after the fall of the First Empire. The Antinous statue is now in the Vatican Museum.

Antinoüs, around  135 AD, white marble, Height 241cm, Museo Gregoriano Egizio inv. number 22795, Vatican City
The water-bearer with nemes head dress holds two amphorae, one in each hand instead of the cylinders in the fists of the original Antinous. Water poured from the amphorae into a semi-circular basin below, then through a bronze masqueron in the form of a lion's head. The roof of the fountain is decorated with a low-relief of the Napoleonic eagle.
Amaury Pineu Duval, Les Fontaines de Paris, anciennes et nouvelles (Paris 1828) 17-19.
Bernard Champigneulle, Paris, de Napoléon à nos jours (Paris 1969) 38.
Christiaan Janssens, Egyptomanie in België (Antwerp 2011) 42.
Dominique Massounie, Béatrice de Andia, Daniel Rabreau ed., Paris et ses fontaines: de la Renaissance à nos jours (Paris 1995) 111.
Jean-Marcel Humbert, L’Égyptomanie dans l'Art Occidental  (Paris 1989) 50.
James Stevens Curl, Curl, The Egyptian Revival: Ancient Egypt as the inspiration for design motifs in the West (Abingdon 2005) 226-227.

La Fontaine du Fellah

La Fontaine du Fellah



Dessinée par Louis Simon Bralle (1750–1832) et sculptée par Pierre Nicolas Beauvallet (1750-1818), la fontaine du Fellah date de 1806-1809.



Inspirée d’expédition égyptienne elle représente Antinoüs, un jeune favori de l'empereur romain Hadrien. Antinoüs tient dans chaque main un récipient traditionnel de l’antiquité, l’amphore. C’est au Louvre que Bralle trouva son modèle, L’Antinoüs du Capitole, statue égyptisante d’époque romaine apportée en 1798 de Rome par l’Armée au titre des prises de guerre.


Antinoüs, +/-135 ap. J.-C., marbre blanc, H. 241 cm, Museo Gregoriano Egizio inv. 22795, Vaticano

La statue est une copie fait par Jean-François-Théodore Gechter (1795-1844) en 1844.
En bas de la fontaine, vous trouverez un mascaron à tête de lion. Enfin, sous le toit de la fontaine un bas-relief représentant un aigle napoléonien domine le tout.
La fontaine du Fellah se situe au 42 rue de Sèvres.


Drs. Christiaan Janssens

Sunday, January 22, 2012

Obelisk Stadspark Antwerpen

Obelisk Stadspark Antwerpen

Obelisk Stadspark kant Rubenslei, Antwerpen.
Foto Christiaan Janssens



De Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat stemde op 18 oktober 1908 ermee in om Kongo-Vrijstaat te annexeren, nadat Koning Leopold II zijn laatste hoop om het uitgestrekte Kroondomein in privébezit te houden uiteindelijk had opgegeven. Belgisch-Kongo, zoals vanaf dan de kolonie werd genoemd, werd bestuurd op basis van het Koloniale Charter (1908). De Belgische minister van Koloniën, benoemd door de Koning en bijgestaan door een Koloniale Raad, vormde de hoogste uitvoerende macht. De minister en de Raad zetelden beide permanent in Brussel. De hoogste vertegenwoordiger van de koloniale administratie in de kolonie was de gouverneur-generaal in Boma (vanaf 1926 Leopoldstad).

Op 7 oktober 1911 werd het monument De Kongo Naasting (L’Etatisation du Congo) ingehuldigd. De ontwerper was de stadsbouwmeester Emile Van Averbeke (1876-1946)en beeldhouwer en graveerder Jules Baetens (1861-1937). De hoogte van de obelisk bedraagt ongeveer 9 meter. Bij de top bevindt zich zowel vooraan als achteraan een klein schildje met het wapenembleem van Antwerpen.


Op de punt staat een vergulde Mercurius. Dit beeld is waarschijnlijk een kopie naar de sculptuur van Jan van Boonen (Giambologna). Mercurius is een figuur uit de Romeinse mythologie, de god van de handel, reizigers en winst. Het hekwerk is aan de vier zijden versierd met het letterembleem van Leopold II.





Op de zuil is volgende tekst te lezen: In bijzijn van Z.M. Koning Leopold II viert de Handelskamer van Antwerpen de naasting van Congo aan België 6 juni 1909. J. Van Averbeke bouwmeester. Op de achterzijde dezelfde boodschap in het Frans.

Wednesday, January 18, 2012

Obelisk op de Gentse Zandberg

Obelisk op de Zandberg


Midden op de Zandberg te Gent staat een merkwaardig monument. In 1684 werd hier een pomp geplaatst op de plek waar zich van oudsher een waterput bevond. In 1810 werd deze vervangen door een 6 meter hoge obelisk die rust op een dekplaat waaronder een pomp met waterbekkens.
De plannen voor dit kunstwerk werden getekend door de toenmalige stadsarchitect Pierre-Jean de Broe (1761-1852). De uitvoering werd op 3 maart 1810 toegewezen aan de Brusselse steenhouwer Joseph Lefran (overleden 1816).
Op de top van de obelisk zit als symbool van het eerste Franse Keizerrijk een adelaar op een bol. Dit werk werd uitgevoerd door de Gentse beeldhouwer Charles van Ophem. Het is nog het enige gedenkteken dat verwijst naar de napoleontische tijd in Gent. Hoewel op 16 februari 1814, na de val van het imperium, het bevel werd gegeven om alle decoraties die herinnerden aan de Franse overheersing te verwijderen, werd deze adelaar blijkbaar vergeten.
De vogel viel echter op 2 juni 1944 van de obelisk. Het Gentse stadsbestuur besloot om een replica te laten maken door de Gentse beeldhouwer Olivier Piette. Op 16 mei 1947 werd het bronzen afgietsel boven op de te top van de obelisk geplaatst.


Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium

objectnummer 157988
Cliché: A25408
Bron:
Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur. Deel 4NA (Gent 1976) 135.

Tuesday, January 17, 2012

Egyptomania: Egyptomania in Ljubljana (3)

Egyptomania: Egyptomania in Ljubljana (3): In the 1930s, the town wall complex in Mirje was restored to a design by Plecnik. His additions to the surviving Roman walls include a stone...