Saturday, November 10, 2012

Obelisken In Rome


Obelisken in Rome


De aanwezigheid van Egyptische obelisken in Rome onthult complexe lagen van macht, religieuze vermenging en culturele aanpassing tussen het Romeinse Rijk en Egypte. Oorspronkelijk opgericht door Egyptische farao’s als eerbetoon aan de zonnegod Ra, maakten deze obelisken een belangrijk deel uit van de religieuze architectuur in Egypte. Ze stonden vaak bij de ingangen van tempels en symboliseerden de verbinding tussen de aardse en goddelijke wereld. Hun plaatsing benadrukte het goddelijke recht van de farao om te regeren en zijn rol als bemiddelaar tussen de goden en het volk, wat de heilige betekenis van deze monumenten versterkte (Wilkinson 2000).

Eenmaal naar Rome gebracht, werden deze obelisken meer dan enkel oorlogsprijzen; ze veranderden in krachtige symbolen die het kosmopolitische gezag van Rome benadrukten. Door deze buitenlandse monumenten in het stadsbeeld van Rome op te nemen, creëerden keizers een visuele taal die Rome’s macht en culturele veelzijdigheid benadrukte, en zo het rijk afstemde op de erfenis van de Egyptische beschaving. Deze toe-eigening weerspiegelt een bredere trend in de Romeinse kunst en architectuur: de aanpassing van visuele elementen uit veroverde gebieden om Rome’s universele rijk, goddelijke autoriteit en stedelijke verfijning uit te dragen (Roullet 1972; Sorek 2022; Makhlouf & Reed 2023; Habachi 1977). Rome probeerde hiermee het diverse culturele erfgoed van het rijk te verenigen onder één gezag (Curran 2007; Takács 1995; Trimble 2018).

Vandaag de dag staan er in Rome dertien Egyptische obelisken, elk met een unieke geschiedenis van verplaatsing en herinterpretatie. Hun plaatsing op belangrijke plekken—zoals grote fora, circussen en religieuze locaties—versterkt hun ideologische betekenis en benadrukt de grootsheid van Rome. Door deze obelisken strategisch te integreren, veranderden keizers niet alleen het stadsbeeld, maar absorbeerden ze symbolisch ook de heilige objecten van Egypte. Ze plaatsten deze monumenten binnen de context van de Romeinse autoriteit, die erop gericht was verschillende culturen in één visie te verenigen (Claridge 2010; Batta 1986).

De obelisken in Rome verschillen sterk in grootte, leeftijd en inscripties—sommige hebben hun originele faraonische inscripties behouden, terwijl anderen later werden aangepast met Latijnse of christelijke symbolen. Deze verscheidenheid weerspiegelt een voortdurende herinterpretatie van hun betekenis. In het keizerlijke Rome stonden de obelisken symbool voor Rome’s overgenomen heilige erfgoed uit Egypte. Later in het christelijke Rome werden deze symbolen verder aangepast om te passen bij de veranderende ideologische en theologische perspectieven (Ezquerra & Maza 2021; Habachi 1977). Het rode graniet dat voor de obelisken werd gebruikt, afkomstig uit Egyptische steengroeven, verleende ze een exotische prestige en markeerde ze als zeldzame en krachtige symbolen in het Romeinse stadsbeeld (Lazzarini 2006; Bierbrier 2008).

Elke obelisk staat niet alleen symbool voor verovering, maar getuigt ook van Romeinse technische bekwaamheid in het verplaatsen, oprichten en tentoonstellen van deze enorme monumenten. Het verplaatsen en heroprichten van deze monumentale objecten symboliseerde Rome's macht over zowel natuurlijke als culturele werelden en toonde het technisch meesterschap waarmee het rijk monumentale kracht uit verschillende culturen wist te integreren. Het plaatsen van een obelisk was een politiek geladen daad die bedoeld was om de autoriteit van de keizer te versterken en hem te verbinden met het heilige verleden van Egypte, wat hem presenteerde als een quasi-goddelijke leider die culturele grenzen kon overstijgen (Wirsching 2007; Brockelman 2023; Davies 2011; Collins-Elliott 2021; Habachi 1977). Renaissanceverslagen, vooral die over paus Sixtus V’s herinstallatieprojecten, documenteren de technische vaardigheden die hiervoor nodig waren en laten zien hoe deze symbolen van oude macht bleven gerespecteerd (Lewis 1984; Fontana 1590).

De traditie om Egyptische obelisken naar Rome te brengen begon met Augustus, die na zijn overwinning op Cleopatra en Marcus Antonius in 31 v.Chr. Egypte tot Romeinse provincie verklaarde. Door deze monumenten te transporteren, die oorspronkelijk een religieuze rol in Egypte hadden, herinterpreteerde Augustus ze als symbolen van het Romeinse keizerrijk en plaatste ze in Rome’s architectonische landschap als duidelijke tekenen van Romeinse heerschappij. Deze hercontextualisering was niet slechts een kwestie van esthetische waardering; het vertegenwoordigde een symbolische claim op Egypte's mystieke erfgoed en goddelijke autoriteit, waarmee Rome zichzelf positioneerde als de erfgenaam van Egypte’s culturele erfenis. Door de strategische plaatsing van obelisken gaven keizers vorm aan een visuele taal die het Romeinse rijk in lijn bracht met de grootsheid van het oude Egypte en een blijvend verhaal creëerde van cultureel erfgoed en suprematie (Claridge 2010; Curran et al. 2009; Habachi 1977; Andretta en Romano 2019; Elliott 2022).

Tijdens de middeleeuwen raakten veel van Rome's obelisken in verval of werden begraven, wat de neergang van het West-Romeinse Rijk en natuurrampen weerspiegelde. Ondanks dat veel van deze monumenten in fragmenten en vergeten bleven, toonden periodieke herontdekkingen hun blijvende betekenis en anticipeerden ze op de hernieuwde interesse in de Renaissance (Curran et al. 2009; Habachi 1977).

In de Italiaanse Renaissance oefenden Egyptische obelisken, als symbolen van oude wetenschappelijke, mystieke en artistieke kennis, een bijzondere aantrekkingskracht uit. Paus Sixtus V, geïnspireerd door het visioen om Rome te transformeren tot een herboren christelijke hoofdstad, startte een campagne om verschillende obelisken door de stad te heroprichten. Zijn architect, Domenico Fontana, toonde uitzonderlijke vaardigheden in het stabiliseren en verplaatsen van deze structuren. De heroprichting van obelisken, bekroond met christelijke kruisen, transformeerde ze tot symbolen van christelijke autoriteit en sloot aan bij Sixtus V's theologische visie van een “Nieuw Rome” als zetel van wereldwijde christelijke macht. Door deze heidense symbolen te ‘christianiseren’, gaf de Kerk de obelisken een nieuwe betekenis en verweefde ze deze in een vernieuwd verhaal van geestelijke en wereldlijke macht (Lewis 1984; Stevenson 2019; Wirsching 2007; Habachi 1977; Parker 2006; Davies 2011).

De 18e en 19e eeuw zagen een hernieuwde fascinatie voor het oude Egypte, bekend als Egyptomanie, gevoed door archeologische ontdekkingen zoals de Steen van Rosetta en de campagnes van Napoleon. Egyptische obelisken in Rome stonden centraal in deze culturele heropleving en beïnvloedden Europese kunst, architectuur en intellectueel leven. De Egyptische revivalstijl benadrukte obelisken als symbolen van intellectuele nieuwsgierigheid en esthetische verfijning, en beïnvloedde het neoklassieke ontwerp in Europa. De verzameling Egyptische obelisken in Rome versterkte het zelfbeeld van Europa als cultureel erfgenaam van zowel de Romeinse als Egyptische beschaving, en positioneerde de stad als een belangrijke schakel in de overdracht van Egyptische symbolen en kennis (Curl 2013; Reid 2002; Habachi 1977).

In de moderne tijd worden Egyptische obelisken gezien als symbolen van artistiek erfgoed en internationale betekenis. Na de Italiaanse eenwording richtten conservatieprojecten zich op de obelisken als iconen van een mediterrane erfenis, die Italië verbinden met zijn oude wortels. Met behulp van moderne conserveringstechnieken, zoals laserscanning, wordt de culturele en historische integriteit van deze monumenten nauwgezet behouden voor toekomstige generaties. Deze inspanningen weerspiegelen een hedendaagse waardering voor obelisken niet alleen als veroveringsrelieken, maar ook als symbolen van gedeeld erfgoed, waarbij Rome wordt gezien als hoeder van deze waardevolle culturele artefacten (Swetnam-Burland 2010; Habachi 1977). Recente conserveringsinitiatieven, vooral gericht op de hiërogliefen, bieden waardevolle inzichten in de Romeinse omgang met Egyptische iconografie en zijn cruciaal voor toekomstig onderzoek. Digitale documentatie, zoals laserscans, zorgt ervoor dat inscripties en structurele elementen bewaard blijven voor studie, en benadrukt de voortdurende eerbied voor deze oude symbolen (Lazzarini 2006; Bierbrier 2008).

Vandaag de dag staan de dertien Egyptische obelisken in Rome—meer dan in enige andere stad wereldwijd—als blijvende getuigen van Rome’s architecturale ambities en culturele invloed. Elke keizer die bijdroeg aan de acquisitie en tentoonstelling van deze obelisken voegde een visueel verhaal van verovering, culturele beheersing en kosmopolitische identiteit toe. Strategisch geplaatst in circussen, tempels en openbare pleinen, werden obelisken een integraal onderdeel van een typisch Romeinse visuele taal die de religieuze betekenis van Egypte gebruikte om politieke en ideologische narratieven te versterken, van keizerlijke macht tot christelijke dominantie en erfgoedbehoud. Deze gelaagde geschiedenis van aanpassing benadrukt de veerkracht van de obelisken als evoluerende symbolen, die transformeerden van monumenten van Egyptische faraonische autoriteit tot blijvende markeringen van Rome’s keizerlijke en religieuze identiteit, elk een hoofdstuk vertegenwoordigend in Rome’s culturele toe-eigening en nalatenschap (Staton 2021; Iversen 1968; Habachi 1977).




Plan van Rome met de locatie van de obelisken, rood in de Romeinse tijd, blauw nu, de nummers komen overeen met:
1. Obelisk van Ramses II op de Piazza del Popolo
2. Obelisk van Augustus op de Piazza S. Pietro
3. Obelisk van Psammetichus II op de  Piazza di Montecitorio
4. Obelisk van Augustus op de Piazza del Quirinale
5. Obelisk van het Isaeum Campense op de Piazza della Rotonda
6. Obelisk van het Isaeum Campense op de Piazza di S. Maria sopra Minerva
7. Obelisk van Augustus op de Piazza dell'Esquilino
8. Obelisk op de Piazza della Trinità dei Monti
9. Obelisk van Hadrianus ter ere van Antinoüs op de Piazzale del Pincio
10. Obelisk van Domitianus op de Piazza Navona
11. Obelisk van Thoetmosis IV op de Piazza S. Giovanni in Laterano
12. Obelisk aan de Villa Celimontana
13. Obelisk van het Isaeum Campense op de Piazza di Termini


Hieronder een overzicht van de oblisken in Rome volgens grootte:



Obelisk Villa Celimontana (Mattei) Rome


Obelisk Villa Celimontana





Deze obelisk stond bij de ingang van de tempel van Ra in Heliopolis samen met een andere die nu op de Piazza Rotanda staat.

In de Romeinse tijd zijn beide obelisken overgebracht naar Rome ter versiering van het Iseum, de tempel ter ere van Isis.

In de 14de eeuw stond deze obelisk ten oosten van de Santa Maria in Aracoeli op het Capitool.

In 1582 kreeg Ciriaco Mattei de obelisk van de Romeinse senaat. Hij liet deze overbrengen naar het park van de villa in 1587. Sinds 1817 staat de naald op zijn huidige plaats.



De onderzijde is opgebouwd uit stukken van verschillende obelisken van onbekende origine. Het bovenstuk (hoogte 2,68 m) is uit de tijd van Ramses II.


Drs. hristiaan Janssens

Friday, August 17, 2012

Obelisk op de markt in Ronse







Deze obelisk is een openbare fontein. Het plan uit 1809 is van architect Buels. 
Het gemeentebestuur keurde het ontwerp goed in 1813.  De aannemer Thérasse was verantwoordelijk voor de uitvoering in 1817-19. Eikenhouten buizen, later vervangen door loden buizen brachten het bronwater van het zogenaamde Torreken naar de Markt.
De 11 m hoge obelisk staat op een hoge vierkante sokkel met vier aanleunende waterbekkens en een bekronende bol, tot 1830 met de W van Willem I. 


Model in museum Must met oorspronkelijke bekroonde bol en de W van Willem


Bij de onafhankelijkheid van België in 1830 werd de kroon gesloopt. De grote kroon wordt bewaard in het MUST, maar de W is mysterieus verdwenen. 


Kroon van de obelisk

Sinds 1924 wordt de obelisk bekroond met het stadswapen met vergulde kroon en tweekoppige adelaar. 




Model met huidige opstelling

Twee heraldische leeuwen aan Oost-en West-zijde op de sokkel omklemmen het stadswapen, medaillons met bebaarde mannenkoppen omgeven de watersproeiers. 









Restauratie door architectenbureau Bressers (1998).

Drs. Christiaan Janssens

Wednesday, May 9, 2012

Google Egyptomania

On the 9th of May 2012 this is how the search page of Google looked like.


In honor of the 138th birthday of Howard Carter. The word Google is made with the treasures of the tomb of Tutankhamun.



On Youtube you can find a account of this great discovery in 1922 (some parts with the original voice of Howard Carter.

http://www.youtube.com/watch?v=7ZWB5-aXMXQ


Drs. Christiaan Janssens

Tuesday, May 8, 2012

Egyptomanie, de Passie voor Egypte

Egyptomanie


Vanwaar komt deze passie van het Westen voor het Oude Egypte? Waarom zijn we gefascineerd door de piramides, de tempels, de obelisken en de mummies? Een editoriaal in The New York Times na de opening van de laatste lijkkist van Toetankhamon in 1925 geeft ons een indicatie:

De westerse papier-en-inkt beschaving van de Twintigste Eeuw heeft een enorm nadeel ten opzichte van de klei-, graniet- en potschervenbeschavingen. Onze verslagen zijn alsof ze geschreven zijn in water. Vandaag gebruiken we zelfs het papier en de inkt niet meer van honderd jaar geleden dat honderden jaren meeging. Onze krantenverslagen vervagen en vallen tot stof uiteen. Het is door het snel toenemende wetenschappelijk onderzoek dat wij meer weten over de Egyptische eerste dynastie dan wat de Egyptenaren van de achttiende dynastie hierover wisten 3500 jaren geleden. We hebben welomlijnde ideeën over Minos van Kreta, daar waar in de tijd van Pericles Knossos maar een duistere legende was. Voor het onderzoek van over 2500 jaar zal ons lot nog slechter zijn. In het jaar 4500 zullen de mensen Ur, Kish en El Amarna kennen van de kleitabletten en monumenten die ze zullen opgraven uit de ruïnes van de Universiteit van Pennsylvania en het British Museum. (…) Ons eigen papier zal echter al lang vergaan zijn.
Om het New York van 1925 te reconstrueren zal de onderzoeker van het jaar 4500 tevreden moeten zijn met een hol in de grond dat de metro was en met een paar tegelfragmenten die samen het woord “Times Square” zullen vormen.

Bron: ‘Our ephermal Chronicles’, The New York Times 5 juni 1925, 16.




Drs. Christiaan Janssens

Tuesday, March 13, 2012

Kasteel Bunneghem-Sloor

Kasteel Bunneghem-Sloor voorlopig beschermd


Een van de wanden in het Kasteel Bunneghem-Sloor


In maart 2011 publiceerde Knack een artikel over de mogelijke sloop van het Kasteel Bunneghem-Sloor in Temse. Dit riante empirekasteel herbergt een prachtig Egyptisch salon. Vlaams minister voor Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois heeft het kasteel eind 2011 voorlopig beschermd. 

Met die bescherming geeft Bourgeois gehoor aan de vraag van de Koninklijke Vereniging voor Natuur- en Stedenschoon, de oudste erfgoedvereniging van ons land. Het kasteel in classicistische stijl bevat unieke interieurdecoraties, zoals een kleurrijk salon in Egyptische stijl.

Kunstschilder Augustijn Sloor, die het kasteel in 1877 uitbreidde, zorgde voor dit unicum in Vlaanderen. Het kasteel getuigt van de Egyptomanie die heerste in het 19e-eeuwse Vlaanderen. Het salon is te vergelijken met de Egyptische tempel van de Antwerpse dierentuin. Wellicht haalde Sloor hier inspiratie.

Eclectische smaak

“Het kasteel bevat een schat aan interieurinrichtingen in de meest diverse stijlen,” aldus minister Bourgeois. “Egyptisch, classicisme, neo-Vlaamse renaissance, neo-Lodewijk XV-stijl, enzovoort. Het prachtige gebouw is dan ook een getuige van de eclectische smaak van de 19de-eeuwse burgerij.”

In principe zal deze voorlopige bescherming volgend jaar, na onder andere een openbaar onderzoek, een definitieve vorm aannemen.

Bron: Knack december 2011

Drs. Christiaan Janssens


Friday, February 10, 2012

Monument à Desaix, Place des Victoires, Paris

Monument voor Desaix, Place des Victoires, Parijs (1802-1810)


Beeld in brons van Claude Dejoux (1732-1816), obelisk afkomstig uit de Villa Albani, sokkel van Jean-Baptiste Le Père (1761-1844) (Afb. 1)
Afbeelding 1
Voor de Franse revolutie stond op de Place des Victoires een bronzen standbeeld van Lodewijk XIV(Afb. 2). Uitgevoerd in 1686 door Martin Desjardins (Martinus van den Bogaert, 1637-1694).[1] Dit monument werd in 1792 door het muitende volk vernietigd.
Afbeelding 2
De Conventie verving het in 1793 door een bepleisterde houten piramide met op een zijde een lijst van de overwinningen van het jonge Franse republikeinse leger en op een andere zijde de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger.[2]
Afbeelding 3 Graffiti Desaix te Philae

Louis Charles Antoine Desaix (1768- 1800, slag bij Marengo) was een Frans generaal tijdens de Franse revolutionaire oorlogen. Napoleon plaatste Desaix over naar het Franse expeditieleger dat naar Egypte ging. Het was zijn divisie die de Mammelukken onder leiding van Mourad Bey op 13 juli 1798 versloeg bij Chebreiss. Door de overwinning van Napoleons leger tijdens de Slag bij de Piramiden (21 juli 1798), waar Desaix zich onderscheidde, werd de reputatie van de jonge generaal nog verder uitgebouwd.
Desaix achtervolgde Mourad Bey die was gevlucht naar Opper-Egypte. Tijdens deze achtervolging ontdekten de Fransen o.a. de tempels van Dendera, Luxor, Edfu en Philae. (Afb. 3)

Terug in Europa raakte Desaix dodelijk gewond bij de Slag van Marengo (14 juni 1800).
Door Desaix’s participatie aan de Egyptische expeditie, hebben vele van de aan hem gewijde monumenten een Egyptische connotatie.[3]
Al enkele maanden na de dood van Desaix werd door Napoleon op de Place des Victoires te Parijs de eerste steen gelegd van wat een Egyptische tempel had moeten worden ter meerdere eer en glorie van Desaix en generaal Kléber.(Afb. 4)
Afbeelding 4

Het ontwerp was echter veel te groot voor het plein en werd nooit uitgevoerd. Niet veel later, de 21ste vendémiaire jaar XI (13 oktober 1802), besliste de Eerste Consul om op dezelfde plaats toch een monument te bouwen doch nu enkel voor de generaal-martelaar Desaix.[4] Het bronzen standbeeld werd, op vraag van Vivant Denon, uitgevoerd door Claude Dejoux (1732-1816). Het meer dan vijf meter hoge beeld van een naakte Desaix, de linkerarm gestrekt voor een kleine roodgranieten obelisk, zou bij zijn onthulling op 15 augustus 1810 (feest van de heilige Napoleon) door Bonaparte groot ophef maken.[5] Aan Desaix’s voet lag een hoofd met nemes hoofddoek. De obelisk kwam uit de Villa Albani. (afb. 5)
Afbeelding 5


De zes meter hoge sokkel is op zich al een mooi voorbeeld van een egyptiserend ontwerp met acht Hathorhoofden, flabella, een uraeusfries en een keellijst met gevleugelde zonneschijf. Het geheel werd afgeschermd door een metalen hek met op de punten koperen lotussen.

In oktober van hetzelde jaar werd de houten palissade terug rond het beeld geplaatst om de naaktheid van Desaix te verbergen. Het was Denon zelf die in 1812 het voorstel deed om het beeld en de kleine obelisk te vervangen door de obelisk van de Piazza del Popolo uit Rome. Dit plan zou nooit verwezenlijkt worden. Uiteindelijk werd het beeld van Desaix in 1814 weggenomen en zou het tijdens de Restauratie omgesmolten worden tot het ruiterstandbeeld van Henri IV aan de Pont Neuf. (Afb. 6)
Afbeelding 6


De reputatie van Dejoux werd gedeeltelijk gered door te verkondigen dat er een probleem was geweest bij het gieten.[6]







De obelisk werd door kroonprins Lodewijk van Beieren in 1815 aangekocht voor de Münchense glyptotheek. Het monument stond tot 2007 voor de ingang van het Staatliches Museum Ägyptischer Kunst.(Afb. 7)

Afbeelding 7


Na restauratie komt het in het vernieuwde museum.





François Joseph Bosio (1768-1845) ontwierp het huidige ruiterstandbeeld van Lodewijk XIV. Het werd in 1822 onthuld.(Afb. 8)
Afbeelding 8














[1] Dubois, Isabelle, Alexandre Gady en Hendrik Ziegler ed., Place des Victoires: histoire, architecture, société (Parijs 2004) 12.
[2] Joanne, Adolphe Laurent, Paris illustré: nouveau guide de l'étranger et du Parisien (Parijs 1867) 150.
[3] Humbert, Jean-Marcel, L’égyptomanie dans l’art occidental (Parijs 1989) 56.
[4] Dubois, Isabelle, Alexandre Gady en Hendrik Ziegler ed., Place des Victoires: histoire, architecture, société (Parijs 2004) 116.
[5] Johns, Christopher, Antonio Canova and the Politics of Patronage in Revolutionary and Napoleonic Europe (z.p. 1998) 95.
[6] Michaud, Joseph, Biographie universelle ancienne et moderne (Parijs, 1852) 288.


Christiaan Janssens
Executive Coach

CRO @ Spa Akwa Belgium